Over Ruud

"Ik ben de echo van mijn geschiedenis."

Ruud Elfers

Ik ben geboren in Haarlem op 25 november 1953. Van mijn beide ouders ligt de oorsprong van mijn DNA in Scandinavië. Noorwegen/Zweden/Finland om precies te zijn. Met een sterke tak van mijn moeders kant binnen Engeland-Ierland. Die tak zijn de nazaten van de daar achtergebleven Vikingen. Waar de tak van mijn vader via Denemarken en Duitsland afzakte naar Nederland en Frankrijk. Ergens in Duitsland is er Asjkenazisch Joods bloed binnen mijn DNA gestroomd. 

Mijn achternaam Elfers kent de stam Elf. Elf betekent in het het Noors vis en het Zweeds; water. De vis is een zalm die daar in de Fjorden gevangen werd. De rivieren die Zweden-Finland doorkruisen eindigen op Elf. De S aan het einde van mijn naam verwijst naar ‘son’. De Elfersen waren de zonen van het water en de vissen.

Mijn voorvaderen waren vissers en jagers op zeeleeuwen, robben, rendieren en ijsberen. Gezien de wijze van leven en hun trektochten over de wereld is dat voorouderlijke DNA flexibel, robuust, adaptatief, daadkrachtig, levendig, optimistisch, inventief en op exploratie gericht. Ik ben een nazaat  van de Vikingen. De echo van dat DNA galmt door heel mijn ‘Zijn’.  

Viking

Hoewel de Vikingen bekend staan als wrede onbeschaafde barbaren is dat image niet geheel correct. Inclusief de helm met de hoornen van een koe. Die hebben ze nooit gedragen. Het tegendeel is eerder waar. Ze waren een beschaafd intelligent volk met een hogere denkkracht dat trektochten over de gehele wereld maakte voor handel en uitwisseling van informatie om de eigen cultuur te kunnen te verrijken met goederen, nieuwe ideeën en andere ‘technologieën’.

Viking komt hoogstwaarschijnlijk van het woord Vika dat ‘sea smile’ betekent. Vika verwijst weer naar Wika wat ‘to recede’ – terugtrekking – betekent. Waar Wika weer verwijst naar Wik of Weik wat  ‘the men who row’ betekent. Ook het oud IJslandse woord Vikja behoort tot deze woordstam. Vikja betekent draaien of bewegen. De wereldreizen werden in specifieke ‘roei-zeil boten’ gedaan waar de roeiers in ‘shifts’ afgelost werden. De term Vika verwijst naar de lach die de rust bracht. De Vikingen waren eerder een nieuwsgierig, gedreven en uitreikend volk, dat in overgave aan het vinden van genot en geluk graag de schouders ergens onder zette. Een volk dat graag bewoog en in onderzoek naar het nieuwe er op uit trok. Het was nieuwsgier dat hen dreef, niet een barbaarse karaktertrek gericht op wreedheid, veroveren, indringing, onderdrukken en overheersen. Hoewel ze dat wel konden zijn.

Ik heb veel van de Viking karaktertrekken. Ik ben nieuwsgierig, gedreven en onderzoekend uitreikend naar het nieuwe. Ik ben hartelijk, open, openhartig, vertel vrijuit en heb ik een warm hart. Hoewel ik ‘aanwezig ben’ en voelbaar ruimte inneem, ben ik geen klit. Ik ben niet op dominantie, indringing of overheersen gericht. Ik schenk adem ruimte. Mensen voelen zich bij mij daardoor eerder omarmt en op hun gemak, dan afgewezen of in gevaar. Ik heb een dartelende, associatieve geest met een filosofische inslag. En gelijk mijn voorvaderen draait mijn metabolisme veel beter op vlees, vis en vetten. Suikers kan ik moeilijker verdragen. En van alle granen word ik chagrijnig. Ze slaan mijn metabolisme dood. Het lood slaat ervan in mijn benen en mijn buik wordt er wee van.  

Asjkenazische Joden vormen een aparte cultureel-religieuze groep binnen het jodendom. Net zo als  de Sefardische Joden( oorsprong Spanje Portugal) en de Mizrahi Joden ( oorsprong Midden-Oosten) dat zijn. Asjkenazisch of Asjkenazim is de naam voor Joden die zich in de middeleeuwen, hoogstwaarschijnlijk vanuit Spanje, zijn gaan vestigen in het gebied rond de Rijn in Duitsland. En later door vervolgingen verder naar het Oosten trokken. ( Polen en Littouwen)  Deze Joodse inbreng is afkomstig van de tak van de moeder van mijn vader ( oma Elfers-VanderBilt) De moeder van mijn moeder ( oma Horsman-Valentijn) is van West Europese oorsprong. 

Zolang de menselijke geschiedenis zich kan herinneren worden de Joden als de ‘Melaatsen’ van de wereld beschouwd. De Joden beschouwen zichzelf als de ‘Uitverkorenen’ en dienaar van hogere ‘Machten’. Het geeft grond aan hun cultuur en religie. Op de één of andere manier roept het Joodse volk afgunst, afschuw, jaloezie en zelfs haat op. Met discriminatie, vervolgingen, uitsluiting en verbanning als resultaat. Waardoor de Joden zich als chronische vluchtelingen over de wereld zijn gaan verspreiden.  

Hoewel ik doorgaans geen moeite heb met opstaan, ben ik meer een avond- dan een ochtend mens. Het is het gevolg van de lange nachten en korte winterdagen in de gebieden van mijn voorvaderen. Langdurig fel zonlicht, en de bijbehorende hitte, bv van de Mediterrané, slaat mijn systeem dood. Ik word er enorm sloom van. De schemerende duisternis of zelfs donkerte heeft nauwelijks een negatieve of doodslaande invloed op mijn systeem. Ik kan er zelfs van opleven. Koude kan ik goed verdragen. Het maakt mij fris en fruitig en energiek. Net zoals nuchter bewegen en dagelijks kortstondig vasten (max 16 u) dat met mij doen. Mits ik vlees, vis en vetten eet aan het eind van de dag. Een koolhydraat rijke maaltijd vernietigt bij mij dat vermogen tot vasten en vernietigt mijn slaap. Met verhoogde lomigheid en snacktrek als resultaat. 

Ik kan heel ver heel scherp kijken. Het ‘pupilgaatje’ waar ik door heen kijk is klein en dat faciliteert mijn ‘arendsoog’ . De keerzijde is dat ik breedtezicht mis. Wat met zich meebrengt dat ik dingen vlak om mij heen niet zie en dus omstoot. Mijn ogen zijn letterlijk de manifestatie van het kunnen aftasten van de horizon, van mijn nieuwsgier en mijn onderzoekende geest. Ze is letterlijk de expressie van mijn aandacht voor daar en morgen en het vermogen tot focus en discipline. Dit exploreergedrag is ook één van de eigenschappen van de boogschutter ( Sagitarius) het gesternte waaronder ik geboren ben.

De keerzijde is dat ik relatief gemakkelijk aan het hier en nu of aan mijn naasten voorbij ga. Ik kan afwezig zijn. Ik kan in mezelf terug getrokken zijn. Het is mijn introverte kant. Degene die mij beter kennen weten ook dat ik,  terugkerend uit mijn spelonken, altijd iets terug brengen kom. Energie, wijsheid, zorgzaamheid en luchtigheid zijn doorgaans de manifestaties van de terugkeer. Overeenkomstig de terugkerende Vikingboten. Ik sport en beweeg ook graag. Het bezorgt mij mijn ‘Vika’ van de dag. Ik ben een voeler en een drager en kan mezelf pijnigen. Gelijk de roeiers van de boten kan ik fysiek goed lijden. Ik heb een sterk kloppend hart. Het bonkt enorm in mijn borstholte. Dat heb ik altijd zo gevoeld. Het is letterlijk voelbaar aan mijn polsslag. Dat sterke hart is de manifestatie van mijn ‘spirit’ en brengt licht in mijn hoofd en de lente in mijn lijf. Mits ik vlees, vis en vetten eet, veel beweeg en kortstondig vast. 

Tot op de dag van vandaag ben ik lichamelijk zeer fit en kan ik fysiek flink lijden. Ik ben een masochist met een ascetische neiging. Ik kan afzien en vele geneugten van het leven schuif ik ter zijde. Ik ben een oude ziel. Oude zielen dragen hun kruis van hun voorouders. Oude zielen hebben doorgaans een melancholische inslag. Het is zichtbaar in mijn oogopslag en in de groeven en rimpels van mijn hoofdhuid. Terwijl mijn lichaam zeer jeugdig en krachtig geconserveerd is.

Ik ben de versmelting van een oude man met het lichaam van een fitte dertigjarige. De oude man in mij schenkt mij mijn verdraagzaamheid, het schenken van ( adem) ruimte en mijn wijsheid. De volwassen adolescent in mij schenkt mij mijn jeugdigheid.  

Mijn naam is Rudolf Anton

Rudolf betekent in oud Germaans ‘Lone Wolf’. De verbannen niet begrepene die er alleen op uittrekt. ( Viking en Joodse invloeden) Ik ben graag alleen, kan me tijdelijk in een eigen ‘cocon’ terugtrekken (diepe introverte focus. ik exploreer de diepte), ik ga graag alleen op pad en ik voel me niet begrepen. Dat wil zeggen alleenstaand in mijn denken. Alleenstaand in wat ik waarneem en daardoor voor ‘waar’ neem. Het wordt niet gezien door de ander. 

Ik ben een Eeinzelgänger en een Einzelkämpfer. ( Viking en Joodse invloeden) Ik ben en sta alleen, ik strijd alleen, ik dop altijd mijn eigen boontjes, ik vraag nooit om hulp. Ik voel me niet eenzaam. Never nooit niet gevoeld ook. Kennelijk voel ik me bij mezelf thuis. De uitdrukking daarvan is zichtbaar in mijn twee handigheid en twee-benigheid. Het wordt geassocieerd met de vrede tussen het mannelijke en het vrouwelijke in mij, tussen het extraverte en introverte, tussen het lichte en het zwarte, tussen de storm en de windstilte en tussen het ‘jochie’ en de oude man in mij.

Hoewel ik zeer geniet van gezelschap zijn de momenten dat ik ‘socialize’ in grotere gezelschappen nooit lang. Een feest, een bruiloft, een dance party, de kroeg of de drukte van een winkelstraat zijn aan mijn niet besteed. Kort te verdragen maar te benauwend. Ik ben ook slecht in het onderhouden van sociale contacten. Hoewel dat asociaal en ongeïnteresseerd lijkt, is dat niet wat ik ermee bedoel. Ik kan je 10 jaar niet zien, maar mochten we elkaar weer treffen dan is het als of het gisteren was. Je naam kan ik vergeten zijn, je ziel niet. Ik draag je als het ware bij me. Ook dat is een Viking karaktertrek.

De schijnbare desinteresse vindt grond in eerbied en het ( willen) eerbiedigen van het Zijn van de ander. ‘Ik wil me niet indringen’. Ik laat jou en het doen van jouw ‘ding’ aan jou. In jouw ruimte en in jouw tempo, laat ik je ‘Zijn’. Ik wil me niet indringen aan jou en aan jouw ruimte. Natuurlijk is dit de spiegeling van mijn eigen verlangen geëerbiedigd te worden en mijn eigen ruimte vrij van indringing te houden. Dit verlangen heeft in mijn jeugdervaringen wortel geschoten. En heeft zich bestendigd door al mijn levenservaringen. Die niet vrij van indringing en vernedering was.

Ik ben niet bezitterig en wil ook niet bezeten worden. Indringing benauwd me. Zelfs de kaders van een huwelijk zijn voor mij benauwend. Net zoals ik discussie te benauwend vind. Discussie is gelijk een debat. Het is een zwaardgevecht met woorden waar ieder individu zijn standpunt tot het gaatje verdedigd. Ruimte voor nuance is er niet. Waarmee de discussie een dialoog, het over en weer delen van filosofieën, van mogelijkheden, van waarschijnlijkheden, van potenties en daarmee stroming, in de knop afbreekt.  

Anton betekent ‘priceless’ of ‘precious’ en hij is zoon van Hercules. Hercules is een Grieks Mythisch figuur die eigenlijk Heracles heette. Wat dienaar ( lees onderworpene) van Hera betekent. Hij werd door de Romeinen tot Hercules gedoopt vanwege zijn enorme krachten. Hij was geboren als gevolg van een ‘slippertje’ van Oppergod Zeus met Alcmena. Hera de zuster en tevens echtgenoot van Zeus en de godin van de vruchtbaarheid, was stinkend jaloers en vol afgunst op het onwettige kind Herakles. Zij verwenste hem en maakte hem het leven zuur.

Herakles was een intelligente adonis die naast zijn schoonheid ook een hogere denkkracht bezat. Hetgeen hem zijn wijsheid schonk. Herakles was een temperamentvol man die, indien uitgedaagd, over onmetelijke fysiek krachten kon beschikken. Als onderworpene aan Hera werd Herakles constant getergd en gemanipuleerd. Het zorgde ervoor dat Herakles in een vlaag van verstandsverbijstering een deel van zijn kinderen vermoordde. ( wat symbool staat voor ‘ze mochten niet bestaan’ als nazaten van onwettigheid) Als boete doening aanvaardde Herakles 12 taken. Ze zouden zijn zonden zuiveren en hem het eeuwige leven te schenken. De beloften van Hera waren echter schone schijn. Herakles heeft niet gekregen wat hem beloofd was geworden. Chronisch moest hij lijden en strijden. Als dienaar van Hera. 

Anton is de zoon van Herakles.

Mijn vader heette Anton. Hij was een ongewenste nakomeling. Gelijk de kinderen van Herakles mocht hij niet bestaan. Zijn moeder verwenste hem en manipuleerde hem ernstig. Hoewel ik een gewenst kind was, is er aan mij voorbij gegaan. Als oudste van 6 kinderen kwam ik onder aan de ladder en ver van de aandacht mijn ouders te staan. Dat is vaak zo met oudsten. Die redden zich wel, is het idee.

‘Wees een grote jongen’. ‘Grote jongens huilen niet’. Grote jongens helpen hun moeder’. Grote jongens zorgen voor hun broertjes en zusjes’. Het is een milde vorm manipulatie die bij mij een vaag en sluimerend en niet te grijpen gevoel van verstikking en van verraad heeft geschonken. Dat ‘verraden te zijn gevoel’ zit hem bij mij ergens in het gevoel dat ik mijn moeder niet kon bereiken. Mijn moeder was niet ontvankelijk voor mijn gevoelens en mijn verlangens om aandacht. En kon zij ernstig kleinerende opmerkingen tegen mij maken. Wat mijn ontwikkelende man-mogen-‘Zijn’ ondermijnde/ondermijnt heeft. Als het ware ‘castreerde’ zij mij.

Zij was een soort schim die er wel was, maar toch ook weer niet. Ik was onmachtig haar te bereiken. Waarmee verstikking en onmacht mijn ophangingen werden. Pas veel later ging ik begrijpen dat er bij haar diep van binnen, achter een muur van schaamte, van verlegenheid, van angst en stilzwijgen een warme hart bonkte. Ze verafschuwde ook haar naam; Ellie Marie. Maar ze had liefde voor de naam Mariëlle. Haar naam staat symbool voor haar schaamte, verstikking en frustraties. Ze projecteerde het deels op mij. 

Het ‘verraad’ zat hem ook in de emotionele onbeschikbaarheid van mijn vader. Dat zich manifesteerde afstandelijkheid, in de kilte, in de aandachtloosheid, in de ‘dreiging’ voor straf, voor vernietiging en het gebrek aan warmte en waardering. Hij kon dat werkelijk niet geven. Ook jochies en mannen kunnen lijden. Dat jochie in mij heb ik nooit durven loslaten. Hij zit nog altijd in mij. Dat jochie heeft zeer lang in hoopvolle afwachting gewacht en gehunkerd naar warmte, liefde aandacht en erkenning van zijn ‘Zijn’. Nooit heb ik dat werkelijk van mijn ouders gekregen. Zoals mijn ouders dat zelf ook nooit gekregen hebben gehad. Ik moest de diepte in om dat gevoel van ‘verraad’ en onmacht te leren begrijpen. Om via het grijpen tot loslaten te komen.

Begrijp me nu niet verkeerd. Ik heb geen slechte jeugd gehad. Er was een thuis waar je op terug vallen of in je zelf terugtrekken kon. Er was eten, je kon studeren en sporten zoveel je wilde. Mijn jeugd was echer zonder complimenten, schraal in aandacht, schraal in liefde en ben ik nooit echt aangeraakt geweest. Over het algemeen heerste er een kille en gespannen vrede. In de schaduw van die vredigheid hing ook een niet te grijpen ‘dreiging’.

Mijn vader was een kille, gesloten in zichzelf teruggetrokken niet erg spraakzame man die warmte, genegenheid en liefde niet uiten kon. Net als mijn moeder was hij een ‘verstikt onmachtige’. Onmachtig zijn gevoel te uiten en zijn stem te laten horen. Mijn vader bezat een enorme ‘power’ waar agressieve honden zelfs eerbied voor hadden. Het was die ongelooflijke kracht die als ‘dreiging’ voelbaar in het gezin hing. Een dreiging die soms handen en voeten kreeg. En straf had ik altijd verdiend, was zijn antwoord.

Net zoals dat bij mijn vaders jeugd dat was, was het ook in mijn jeugd alsof ik als het ware niet bestond / niet mocht bestaan. Het heeft van mij een zelfredzame, zelf handhavende en zelf helende en onbegrepen ‘Lone Wolf’ gemaakt. Zoals mijn vader dat ook was. De afgewezene die in verbanning er alleen op uittrekt omdat hij niet begrepen wordt en zijn denken doen en laten niet binnen een kudde past.

Net als hij heb ik een allergie voor kuddes, voor sektes en voor religie. Net als hij laat ik me niet de weg wijzen door ‘leiders’ die de weg kwijt zijn. Net als hij volg ik geen herder die schone schijn uitdraagt en zijn kudde naar de slachtbank leiden wil. Net als hij ben ik een conservatief controversieel. Een man die het goede koestert en strijdt tegen het slechte, het kwade , het onrechtvaardige. Dan komen er net als bij hem krachten los waarvan ik me dan pas besef dat er een ‘beest’ in mij zit. Dan draag ik zijn ‘dreiging bij me’ 

Naarmate ik ouder werd begon ik de verdrieten, de pijnen, teleurstellingen en frustraties van mijn ouders te begrijpen. Mijn zicht en oordeel op hen werd milder vanwege mijn begrijpen. Hier in het diepste van mijn jeugdjaren is grond gegeven aan mijn ‘Zijn’. Een oude ziel die zowel het kruis van zijn vader als zijn moeder dragen moest Om Rudolf Anton te leren dragen en verdragen. Om hem te leren zich van zijn beknellingen te bevrijden en om zijn ‘offspring’ vrijheid en liefde te kunnen schenken. Mijn naam staat symbool voor mijn levenspad.

Boogschutter

Ik ben een boogschutter met vrij ‘Zijn’ als de grondwaarde van mijn ziel. Vrij ‘Zijn‘ is een oneindige ongebondenheid en tegelijkertijd een ongebonden oneindigheid. Waarmee het werkelijk vrije individu een tijdloos individu is. Het is mijn diepste verlangen. Het geeft grond aan mijn zoektocht. Mijn ‘tijdloosheid’ is zichtbaar in de jeugdigheid van mijn lichaam en uitreikende darteligheid van mijn geest.  

Ik ben een spiritueel mens ook. Daarmee bedoel ik dat ik me bovenal ‘spirit’ voel en niet een denkend hoofd dat verstand en ego driften gebruikt om zich ‘verstandig’ door het leven te laten leiden. Ik ben meer een voeler  verbonden met de energie in en van mijn lichaam. Het is die energie die mijn inspiratie bron is. Het is die energie ook die zich in mijn gevoel en emoties reflecteert en mijn denken voedt. Het is die energie die ik als mijn ‘Zijn’ ervaar. Als dat wat ‘Ik Ben’ ervaar. Het is ook die energie die ik meebreng. Het is die energie die mijn aanwezigheid vorm en inhoudt geeft. Voor de één een inspiratie voor de ander een despiratie. 

Alle Mythen inclusief het verhaal van Oedipus en de Bijbel verhalen immer over het bestaan van Oppermachten die over hemel en aarde regeren en de mensheid aan zich ( willen) onderwerpen. Of op zijn minst een lesje in onderdanigheid en volgzaamheid willen leren. Ze wortelen allemaal in de angsten van onze verre voorouders voor de onbegrepen en vernietigende natuur verschijnselen. Deze krachten werden toegedicht aan de krachten Opperwezens. Met nederigheid en verering als resultaat van die angsten. Toen de mens ging schrijven ontstonden de verhalen die deze diepgewortelde predatie angst ( angst om op gegeten-vernietigd te worden) zijn gaan beschrijven.

Alle mythen vinden hierin hun grond. Inclusief de mythe die Bijbel heet. De geboorte van Jezus Christus is gelijkend de geboorte van Herakles. Net zoals de boetedoening. Jezus van Nazareth voortgekomen uit een Opperwezen en een onbevlekte aardse vrouw Maria. Nog een overeenkomst. Jezus predikte liefde, barmhartigheid, verdraagzaamheid en vrede, maar werd voor die boodschap door de machthebbers aan een kruis gespijkerd. Waar ook Oedipus een overeenkomstig lot onderging. Het staat allemaal symbool voor de boodschap van de machthebbers (ook ouders en werkgevers). Als je opstaat tegen het gezag word je uitgebannen, vervolgt of een koppie kleiner gemaakt. Wie niet luisteren wil moet maar voelen, is het credo. Wie zoet is krijgt lekkers en wie stout is de roe, schemert immer door deze verhalen.

Alle Mythes, inclusief wat heden gaande is, staan symbool voor de krachten tussen macht en anti macht, tussen het aardse en het hemelse, tussen het grijpbare en het ongrijpbare, tussen vrijheid en gevangenschap, tussen het vrouwelijke en het manlijke en tussen liefde en haat.  Ze beschrijven het dagelijkse leven van individuen die zich in samenlevingen bewegen. Heden anno 2021 wordt opnieuw een mythisch macht versus anti macht verhaal gecomponeerd. Ook een samenleving is de echo van haar geschiedenis.  

Ik ben een out of the box denker en ik ben, voor zover de in mij opgeslagen karakterrestricties het toe laten, ook een out of the box doener. Ik voer uit wat mijn geest fantaseert en mijn verlangen dirigeert. Dat klinkt daadkrachtig, spontaan en heldhaftig. Deels is dat waar. Ik kan rigoureus zijn in mijn daden en beslissingen. Maar het ligt genuanceerder. Ergens zo maar invliegen en op de barricaden springen doe ik zelden. Ik ben een ‘stille’ rebel. Soms zeer spontaan en direct, maar meestal vanuit voorzichtigheid en bedachtzaamheid. Die inderdaad zijn ‘ding’ doet, ook al is iedereen er tegen. Ik bezit de kracht om tegen de stroom in te roeien. 

Ik ben allergisch voor dictaten, voor te strenge en zinloze regels, voor kaders en gestolde structuren, voor in de kudde lopen, voor waarschuwende vingertjes, voor verstarde ( culturele en religieuze) overtuigingen, voor de ‘wijsheid’ in pacht hebben, voor manipulatie, voor onderwerping en gehoorzamen, voor verering van ‘helden’, voor macht als middel om heerschappij te scheppen, voor onrecht, voor vernedering en voor geweld. Al deze karakter verschijnselen worden nogal eens geassocieerd met het bezit van een autoriteitsprobleem. En daarmee wordt het psychologisch gedefinieerd als een intern conflict waaraan ik dan opgehangen ben. Een conflict dat wortelt in de vrees het bezit te zijn van iets of iemand. Ik zie dat anders.

Gelijk mijn voorvaderen draag ik een sterk masculiene energie bij mij. Een energie die mij ‘dwingt’ structuren af te breken, kampvuren te verlaten om het nieuwe te kunnen ontdekken. Masculiene energie is de energie van soevereigniteit, van vrijheid, van visioenen, van authenciteit, van ‘waarheid vinding’ en de moed alleen te durven staan. Het authentieke van de masculiene energie is stuwkracht, opstandigheid en het vinden van waarachting. Een werkelijk masculiene man strijdt voor zijn waarachtigheid, beschermt dat wat hem dierbaar is en is bereid zijn leven daarvoor op te offeren. Dat is voor een authentiek masculiene man een leven waard te leven. Dat is voor hem een nobel leven

Die masculiene energie brengt ook goedgelovigheid en naïviteit. Omdat masculiene energie snel vertrouwt. Een masculiene man is een authentieke alleenstaandheid die andere mannen (mensen) vertrouwt op hun masculiniteit. Een masculiene man kent een sterk gevoel van saamhorigheid en broederschap bij het gezamenlijk uitvoeren van ( gevechts) taken. En daarmee vertrouwt hij op hun authenticiteit, moed, broederschap, daadkracht, strijdlust en ontdekken van waarheid. Een masculiene man wil het verwarde ontwarren, wil het ingewikkelde ontwikkelen, wil het bedekte ontdekken. Hij wil ontdekken wat is en wat niet is. Hij wil ook ontdekken wanneer iets of hij zelf ‘breekt’. Hij wil belastbaarheid testen om tot doorbraak te komen.

Het is DEZE volwassen masculiniteit, die overigens in milde vorm bij een vrouw van nature ook aanwezig hoort te zijn, die in de moderne westerse samenlevingen, naar voorbeeld van Aziatische samenlevingen, de kop ingedrukt wordt. Het gezag van de wereld, zij die aan de touwtjes van de wereld handel trekken, heeft angst voor deze volwassen masculiniteit. Vernietig dit op subtiele wijze en je krijgt er angstig psychische gecastreerd onvolwassen en makkelijk stuurbare masculiniteit voor terug. Het is wat heden ( 2020 ) gaande is.

Mijn masculiniteit is een energie die mij ‘dwingt’ te doorbreken en te strijden voor dat wat ik ben en daaraan trouw te blijven. Die energie in mij is mijn ziel-energie. Die mij intuïtief vertelt mezelf niet in een positie te laten manouvreren waarin ik geen NEE meer zeggen kan.  Mijn masculiene energie kent niet zozeer de vrees, slaaf of kloon te zijn, maar eerder een naturel verlangen vrij te ‘Zijn’. Mijn masculiene energie wil zich niet tot applausvee laten degraderen.

Het is dat vrijheidsverlangen dat de energie van mijn ziel is en daarmee de weg naar mijn bestemming hier op aarde vorm, inhoud en kleur schenkt.  Dit boekblog is één van de expressies van dat lot. Een bestemming die me moet bevrijden van mijn schaduw ; ‘niet gezien te zijn geweest’, ‘aan voorbij gelopen te zijn geweest’ en niet ‘echt aangeraakt te zijn geweest’, in pesterijen bedreigd en gekleineerd te zijn geweest. In de leeftijd rond 45 jaar begon ik te beseffen dat het mijn grootste geschenk is geweest.

Mijn filosofie.

InleidingMijn filosofie geeft grond aan de beantwoording van de centrale vraag die dit boekblog wil beantwoorden:  “Hoe handhaaf ik mijn psychische en lichamelijke integriteit in een samenleving die chronisch mijn gezondheid, welzijn en welbevinden ondermijnt”.   Een...

Geen Resultaten Gevonden

De pagina die u zocht kon niet gevonden worden. Probeer uw zoekopdracht te verfijnen of gebruik de bovenstaande navigatie om deze post te vinden.